Gebruik van cookies

Om de website optimaal te kunnen vormgeven en continu te kunnen verbeteren, maakt Daimler gebruik van cookies. Door het verdere gebruik van de website gaat u er automatisch mee akkoord dat cookies worden gebruikt.

Meer informatie vindt u in de opmerkingen met betrekking tot cookies.
Bij gevaar.
De nieuwe Tourismo

Bij gevaar.

Vóór een ongeval verstrijken waardevolle seconden waarin het gevaar eventueel nog kan worden afgewend. Bij de Tourismo kunnen de ESP®- en BAS-sensoren vroegtijdig kritieke rijsituaties waarnemen, zoals sterk over- of onderstuur, snelle stuurbewegingen of een noodstop.

Het onderstel, dat over een uitstekende rechtuitstabiliteit beschikt, en de onafhankelijke wielophanging aan de vooras, die ervoor zorgt dat de bus uiterst nauwkeurig op stuurbewegingen reageert, dragen ook bij aan een hoge rijveiligheid.

Active Brake Assist 4 (ABA 4) of het Advanced Emergency Braking System (AEBS) werkt onafhankelijk van de automatische afstandsregeling (ART) en waarschuwt de chauffeur voor een botsing met een obstakel. Indien nodig, remt het systeem de bus automatisch af. Hiervoor houdt het systeem met radartechnologie voortdurend een gebied tot 250 meter voor de bus in de gaten.

ABA 4 is wereldwijd het eerste systeem in zijn soort dat ook op voetgangers reageert. Het systeem neemt niet alleen voorliggers en stilstaande obstakels waar, bijvoorbeeld het achterste voertuig van een file, maar ook voetgangers op een afstand van maximaal 80 meter. Wanneer de afstand tot voetgangers gevaarlijk klein wordt, wordt de chauffeur eerst door middel van hoor- en zichtbare waarschuwingssignalen op de situatie geattendeerd. Wanneer de chauffeur niet reageert, wordt de bus door het systeem afgeremd, indien nodig tot stilstand. Doordat het systeem de bus afremt, heeft de chauffeur de gelegenheid zelf de aanrijding te vermijden door een noodstop te maken of bij te sturen. Bovendien zorgt het systeem er door claxoneren voor dat voetgangers tijdig worden gewaarschuwd.

AEBS voldoet ruimschoots aan de huidige wettelijke eisen voor noodremassistentiesystemen; het systeem voldoet bovendien nu al aan de voorschriften die vanaf 2018 gelden. ABA 4 gaat zelfs nog een stap verder door de bewegingsenergie van de bus nog verder te verlagen.

Het noodremsysteem AEBS registreert met behulp van een radarsysteem zowel voorliggers als stilstaande voertuigen en bepaalt voortdurend het verschil in snelheid ten opzichte van deze voertuigen. Wanneer het systeem constateert dat een botsing onvermijdelijk is als het rijgedrag niet wordt aangepast, wordt de chauffeur gewaarschuwd en het voertuig automatisch gedeeltelijk afgeremd. Wanneer de chauffeur vervolgens niet hierop reageert en het botsingsgevaar onveranderd blijft, voert het systeem een noodstop uit. Op deze wijze kunnen de gevolgen van een ongeval drastisch worden verminderd. 

De automatische afstandsregeling* (ART) neemt de chauffeur op provinciale wegen en autosnelwegen veel werk uit handen. Wanneer de ART een langzamer rijdend voertuig waarneemt, wordt de autobus automatisch door het systeem afgeremd tot de afstand is bereikt die de chauffeur van tevoren heeft ingesteld. De ART houdt deze afstand constant aan. Hiervoor beschikt het systeem over een afstandssensor die elke 50 milliseconden de omgeving van de bus scant. De sensor meet met behulp van drie wigvormige radarbundels de afstand tot en de relatieve snelheid van voertuigen die maximaal 200 m voor de bus rijden.

De ART kan de relatieve snelheid van een voorligger tot op 0,7 km/h nauwkeurig bepalen. Wanneer er geen voorligger is, fungeert het systeem als cruisecontrol. De ART ondersteunt de chauffeur met name bij druk en dicht verkeer op provinciale wegen: de chauffeur hoeft namelijk niet meer zelf af te remmen om de afstand tot zijn voorligger te corrigeren. De bus wordt door het systeem met maximaal 20 % van de totale remkracht afgeremd.

De afstand die de ART aanhoudt, is snelheidsafhankelijk en wordt daarom uitgedrukt in een percentage van de voertuigsnelheid. In de basisinstelling houdt de ART een afstand van ongeveer 60 % van de snelheid aan. De chauffeur kan deze basisafstand zelf in stappen naar boven of beneden bijstellen.

De kern van de ART wordt gevormd door een afstandsradar die zich in het midden aan de voorzijde van de bus bevindt. Met behulp van deze radar die steeds tussen drie radarbundels wisselt, kan het systeem de rijstroken links, rechts en in het midden voor de bus in de gaten houden.


Het elektronische stabiliteitsprogramma (ESP®) is een actief systeem dat de rijveiligheid en -stabiliteit verhoogt. ESP® verlaagt het risico op slingeren bij snel bochtenwerk of plotselinge uitwijkmanoeuvres aanzienlijk. Hiervoor worden in kritieke rijsituaties de remkrachten per wiel gedoseerd, bijvoorbeeld als de bus tijdens het nemen van een bocht in de gevarenzone komt. Tegelijkertijd wordt het motorvermogen gereduceerd. Door de bus gericht af te remmen wordt binnen de fysiek mogelijke grenzen voorkomen dat deze zijdelings uitbreekt.

ESP® controleert onder andere de dwarsacceleratie van bussen. Wanneer de bus in langgerekte bochten, bijvoorbeeld afritten van autosnelwegen, of bij snel wisselen van rijstrook in een kritieke rijtoestand terechtkomt, wordt de snelheid automatisch verlaagd tot de rijstabiliteit weer is gewaarborgd. Dit systeem is vergelijkbaar met ESP® voor personenwagens, maar beschikt daarnaast over functies die speciaal voor bussen zijn ontwikkeld. 

In gevaarlijke situaties is de juiste reactie van de chauffeur net zo belangrijk als de techniek van het voertuig. Het doel van de OMNIplus-veiligheidstrainingen is dan ook het reactievermogen van de chauffeur te verbeteren. Tijdens deze trainingen leert de chauffeur onder andere aan de hand van praktijklessen hoe het voertuig zich in kritieke situaties gedraagt.

*Optie